• Erleyne Brookman

Hoe ik terecht kwam in een bergredding

Met veel sjagerijn was ik de tent uit gekropen. Onze acclimatisatietocht verliep helemaal niet zoals de bedoeling was. Een dag eerder kwamen we in Zwitserland aan. Na de lunch hadden we de rugzakken ingepakt en de eerste duizend hoogtemeters afgelegd. Nou ja, geprobeerd. Na 15 minuten lopen had ik blaren. Mijn fijne schoenen waren, waarschijnlijk door de extra training, te groot geworden. Met ingetapete voeten en 2 paar sokken vervolgde ik mijn toch al moeizame klim. Het was warm, ik was constant misselijk, ik kreeg mijn rugzak amper omhoog. We zaten pas net boven de 2.000 meter, maar ik leek wel hoogteziek. Uitgeput en teleurgesteld lag ik 's avonds in mijn slaapzak.


De volgende ochtend regende het pijpenstelen. Vanuit onze tent overlegden we wat we gingen doen. Doorlopen naar de hut? Omkeren? De dag op dit bergweitje doorbrengen? Eerst maar eens koffiezetten. Ik propte mijn pijnlijke voeten in mijn stijve bergschoenen en zocht een steen om achter te plassen. De neerslag lag ergens tussen regen en miezer. Genoeg om flink nat te worden in ieder geval.


Terwijl ik mijn broek weer ophees, dook ineens de helikopter van de bergreddingsdienst achter me op. Dat kon er ook nog wel bij. Zat ik hier in mijn blote kont, die mannen een lolletje bezorgen op hun trainingsrondje. Had ik al gezegd dat ik sjagerijnig was? Vloekend liep ik terug naar de tent, waar de koffie gelukkig al klaar was. Terug in de slaapzak, hoofd net buiten de cabine, rustig de koffie opdrinken. Vanuit een ooghoek de helikopter bekijken. Wat een machtig zicht toch altijd. Ze landen op het plateau bij de berghut. Die zaten ook lekker aan de koffie.


Gevaar is er altijd


Bij elke tocht ben je bewust bezig met de gevaren van de bergen. De routes uitstippelen, beoordelen of je conditie, kennis en vaardigheden voldoende zijn. Het weer eindeloos checken en nog een keer en nog een keer. Altijd bereid zijn om bij onverwachte omstandigheden nieuwe beslissingen te maken. Het is een constant spel van risico's inschatten en je aanpassen. Toch ga je niet gebukt onder angst. Dan kom je geen meter meer vooruit. Uiteindelijk moet je de risico's beoordelen en de keuze maken om verder te gaan. Of niet natuurlijk, maar dan is elk avontuur snel voorbij.


Jaarlijks verongelukken er klimmers door verschillende oorzaken. Natuurverschijnselen, pech, uitputting, weer dat omslaat. Eigenlijk is het aantal ongelukken relatief laag. De Alpen zijn een uitgestrekt gebied. De keren dat je de reddingshelikopter boven je hoofd ziet vliegen zijn minimaal. Vaak oefeningen. Een echte bergredding zien, dat komt gelukkig niet zo vaak voor. Voor de liefhebbers kan je natuurlijk de serie 'The Horn' kijken op Netflix. Ik houd me er liever verre van.


Oog in oog met je grootste angst


Terwijl we de koffie rustig opdrinken, merken we dat de helikopter al weer wegvliegt. Dat was een kort bezoek aan de hut. Omdat we hem niet terug het dal in zien vliegen, kruipen we de tent uit. De helikopter hangt bij de wand. Steeds van links naar recht beweegt hij, alsof hij iets aan het zoeken is. 'Het kan nog steeds een oefening zijn', roept één van mijn tochtgenoten nog uit zijn tent, 'dit soort omstandigheden moeten ze toch ook een keer oefenen.' We geloven hem als de helikopter een paar minuten later naar beneden vliegt. Toch bijzonder om een keer van zo dichtbij mee te maken.


Een klein kwartier later, als wij nog steeds aan het discussiëren zijn over wat we vandaag doen, duikt de helikopter weer op. Weer direct dezelfde wand in. Dat kan toch niet meer voor de leuk zijn. We staan meteen naast onze tent en proberen te zien wat er gebeurt. We hebben weinig overzicht van beneden. We zien alleen de helikopter zelf en op een gegeven moment een uitgegooid touw. Blijkbaar is er wel echt iets aan de hand. Het lijkt een eeuwigheid te duren, maar uiteindelijk draait de helikopter weg.


We lopen richting de beek om onze waterflessen bij te vullen. Het miezeren wil niet ophouden. Dus regenjassen aan en de karweitjes verdelen. Vlakbij ons ligt nog een bergweitje, dat we moeten passeren om bij de beek te komen. Maar daar komen we voorlopig niet aan. Op het bergweitje wordt, ineens, de brancard en 1 van de reddingswerkers gedropt. Heftig zwaaiend seint de reddingswerker naar ons. Of we willen helpen? Of heeft hij iets nodig?


Als we dichterbij komen, wordt het snel duidelijk. Op de brancard ligt een zwaargewonde klimmer. Het bloed zit overal. De reddingswerker maant ons om niet te veel te kijken. En als we ons niet goed voelen meteen afstand te nemen. Of iemand van ons medische ervaring heeft. Er moet namelijk beademd worden. Waar BHV dan al niet goed voor is. Eén van ons start de beademing met de spullen die uit de helikopter zijn gedropt. Ondertussen wordt de klimmer onderzocht. 'Er komen er nog 3 aan', wordt ons duidelijk gemaakt in gebroken Engels, 'Ga ze daar maar opwachten!' We wachten op de volgende drop van de helikopter. En nog 1. De derde komt nooit op het weitje aan.


We zijn machteloos tegen de natuur


De twee andere personen zijn er gelukkig niet zo slecht aan toe als de klimmer op de brancard. In overleg met een tweede reddingswerker begeleiden we ze naar onze tenten. Zo goed en kwaad als het kan bieden we ze droge kleren, een slaapzak, koffie, wat te eten aan. De schrik zit er enorm in. Eentje klaagt over pijn in de ribben. Ze willen niks eten. Ze willen niet zitten, de adrenaline is enorm. Ik zie hoe geschrokken ze zijn. Van de val, van wat ze gezien hebben? Ik durf het niet te vragen.


De klimmer op de brancard wordt meegenomen door de helikopter. Het dal in, richting het ziekenhuis. Met de andere twee leden van de touwgroep wachten we bij onze tenten. Het houdt niet op met regenen. Ondanks ons aandringen willen ze niet de tent in. Het duurt lang. Niemand weet wat we moeten doen, wat er gaat gebeuren. We wachten maar, op nieuws, op aanwijzingen. De klimmers maken zich zorgen over hun spullen. Wat er in de wand is achtergebleven en wat er nog in de hut ligt. Zijn ze fit genoeg om die op te halen. We beloven dat wij straks naar de hut gaan en de spullen desnoods naar het dal brengen. Het maakt niet uit. Het zijn niet hun echte zorgen.


Na een tijdje beginnen ze te praten. Het was niet 1 touwgroep. Het waren er 2. Allebei richting de Grand Combin. Toen ze 's ochtends vroeg vertrokken, was er neerslag afgegeven. Maar niet zo veel als er uiteindelijk viel. We knikken, wij hadden hetzelfde gedacht. De twee groepen klommen een stuk uit elkaar. Op een gegeven moment hoorden deze mannen de andere touwgroep om hulp roepen. Ze gingen naar ze toe. Uiteindelijk zagen ze nog maar 1 klimmer. De andere was waarschijnlijk al gevallen. Steenslag, zo onvoorspelbaar. Ze hadden pech gehad.


Ze hadden er uren gezeten. De man die net op de brancard lag, was er al slecht aan toe. Hij was flink geraakt en verloor veel bloed. Gelukkig kon hij de hulpdiensten nog inseinen. Naar zijn maat durfden ze niet te vragen of te kijken. De enige hoop was dat het niet te lang geduurd had. Het bleef regenen en ze wisten dat een helikopterredding bij dat weer lastig was. Bovendien was het nog donker. Ze hadden licht nodig om gezien te worden.


De uren trokken voorbij. Af en toe sloegen er stenen naar beneden. Ze werden een paar keer geraakt. Steeds dieper kropen ze in een uitgesleten stuk rots om zichzelf te beschermen. Maar ze wisten dat ze daar ook minder zichtbaar waren. Uiteindelijk hoorden ze het zwaaien van de wieken. Ver weg en toen dichterbij. En het trok weer weg. Moedeloos waren ze. Tot de helikopter ze in het oog kreeg. Tot ze het uitgeworpen touw konden aanpakken. Tot de man in de brancard werd meegenomen. Het was ineens zo snel gegaan. Toen stonden ze hier op de alpenwei.


Verder gaan of opgeven


Uiteindelijk komt de helikopter terug. De reddingswerkers overleggen met de klimmers wat ze gaan doen. Ze willen allebei terug naar de hut. Hun spullen halen, iets van geborgenheid opzoeken waarschijnlijk. De klimmer met de pijn in zijn ribben geeft na 100 meter op. Hij is niet sterk genoeg. De helikopter neemt hem mee. De andere klimmer wandelt met de bergredder naar de hut. Wij slaan ons kamp op en volgen op afstand. In stilte. Mijn beginnende hoogteziekte is niet opgehouden door de regen of de schrik. Ik loop langzaam, voetje voor voetje, hijgend een heel eind achter de rest aan. Het geeft me te veel tijd om na te denken.


Uiteindelijk bereiken we de hut. De huttenwaard is totaal ontdaan. De man op de brancard was een bekende, een lokale gids. We zitten samen met de klimmer aan één van de houten tafels. Hij begint een beetje te ontspannen. Ik wil weten hoe hij nu verder gaat. Hier alleen, zijn klimmaat beneden. Hij is ineens helemaal nuchter. Hij redt zich wel. Hij heeft dit vaker meegemaakt. En hij memoreert maatjes, kennissen, goede vrienden die hij eerder in de bergen verloor.


Wij staan aan het begin van onze vakantie. Onze ambitie om de Mont Velan te beklimmen de volgende dag is totaal naar de achtergrond gedrukt. Laat staan de plannen voor de rest van de week. We discussiëren, we praten en we kijken elkaar aan. Wat doen we? Verder gaan? Opgeven? De reddingswerker schuift aan. Hij vraagt welke plannen we hebben. Hij lacht, staat op en schudt ons de hand; 'Veel plezier en een fijne vakantie.'


Afsluiten en doorgaan


We staren hem verbaasd na. Die week beklimmen we de Mont Velan (toppoging afgebroken ivm slecht weer) de Castor en de Gran Paradiso. Onderweg naar huis zien we dat de gids uiteindelijk in het ziekenhuis is overleden. Onze hulp wordt genoemd in diverse Italiaanse, Zwitserse en Duitse kranten. We hebben het er niet meer over. Risico van de sport. Een paar weken later val ik flauw in mijn zelfzekering tijdens een eenvoudige rotsklimtour. Even denk ik aan hoe die mannen in het donker uren hebben moeten wachten op redding. Ik schud mijn hoofd. Er zit niks anders op: afsluiten en doorgaan. Op naar een volgend avontuur.





54 keer bekeken
 
 

©2020 door She Moves Mountains.